Gedicht: Lisette Lombé
Compositie & sound design: Liew Niyomkarn
NL
Ik weet niets van jou. Ik heb geen idee van je leeftijd. Ik ken je huidskleur niet. Geen informatie over je lengte, je geslacht, of waar je vandaan komt. En dat is maar goed ook.
Ik weet niet wat er in je hart speelt. Geen idee of je nog geraakt kan worden door schoonheid of door verdriet. Ik weet niets over je verleden, je heden en nog minder over je toekomst.
Ik weet alleen dat je besloten hebt om hier te stoppen, bij de uitgang van dit station, tussen de hal en het plein.
En kijk, op dit moment verbinden mijn woorden ons. Ik ben hier, zonder hier echt te zijn. Dichtbij en ver weg tegelijk. Nieuwsgierig en kalm. Ik ben ooit vóór jou op dezelfde plek gestopt. Ik heb gezien wat jij ziet.
Om je heen is het nog net zo druk als toen.
Mensen haasten zich naar hun dagelijkse verplichtingen. Stel ze je eens voor in witte jassen, dokterskoffertje in de hand in plaats van tassen, een vreemde menigte spoedartsen, in alle richtingen onderweg zonder dat er een leven echt op het spel staat. Een bizarre dans, geen beweging valt samen.
Geen oordeel hier. Ook wij, jij en ik, leven volgens een tempo dat ons soms te boven gaat en ons soms zelfs opslokt. We zouden graag vertragen, maar waar te beginnen? Hoe vermijd je de valkuilen van het volwassen leven zonder de brui te geven aan je verantwoordelijkheden?
Snel, snel, razend voort! Zie je het contrast tussen het volk dat kalm stapt en mensen die hier voor het eerst komen? Mensen die stoppen om elkaar te kussen, of die hun weg zoeken, twijfelen, omkeren, rustig als de natuur zelf?
Ik wil het trouwens niet mooier voorstellen dan het is. Het station is een wereld in het klein, met haar tedere én haar gewelddadige trekjes. Ik ga je niet vragen te doen alsof er niets aan de hand is, om de kop in het zand te steken. Ik ga je niet vragen om de miserie te negeren, om je ogen te sluiten voor wie hier rondhangt of recht voor je neus ligt te slapen.
Ik kan dit vanop afstand gemakkelijk zeggen. Ik sta daar niet midden in die kolkende mensenmassa, tussen al die beweging en obstakels. Ik ben maar een stem die je uitnodigt om in dit moment te duiken. Om elke ademhaling te ervaren, helemaal onbewust van zichzelf.
Ik ga je niet gedag zeggen zonder je op een klein detail te wijzen, vlak boven je, daar in de lucht. Het maakt niet uit wat voor weer het is, het is er altijd. Begrijp je hoe dit kleine detail je twijfels, je vergankelijkheid, je angsten heeft doorbroken? Begrijp je hoe dit kleine detail je de weg toont naar rust in deze periode van collectieve chaos? Het is juist géén grandeur, het tegenovergestelde van opschepperij, net niet wat voor de hand ligt. Het is gespannen concentratie, een scherpgestelde blik, een oog dat de wereld begrijpt zoals een dichter. Het is de confetti van hoop verstopt in een zakje met duizenden andere snippertjes. Het is de plakkerige hand van een kind dat luid begint te lachen. Zie je het, dat kleine detail? Kijk eens goed! Komaan, kijk!